Home
Foundation
Events

Summer Sessions
Staff
Press
Articles
Shopping
Gallery
Contact Us



Article

Varen is noodzakelijk, maar nooit zonder risico
Tekst Júlia Abreu de Souza, beeld Sergio Godoy
Clique aqui para a versão em Português

Hoe aantrekkelijk ook de lokroep van het nieuwe land, immigranten raken bijna altijd wat kwijt.

'Saudade' is een mooi Portugees woord dat alles omvat wat te maken heeft met een gevoel van verlies en verlangen; het heeft een bredere betekenis dan `heimwee' of `nostalgie'. Volgens het Portugese woordenboek is het "een woord zonder gelijkwaardige vertaling/betekenis in andere talen, dat een veelvoud aan gevoelens weergeeft, maar vooral de melancholie veroorzaakt door de herinnering aan iets waardevols (of een geliefd persoon), dat iemand onthouden is."

Het woord komt van het Latijnse `solitate', eenzaamheid. In Portugal is dit woord nauw verbonden met het zeevaardersvolk, met verhalen van vrouwen die smachtend zitten te wachten. Het zit in de fados, het noodlot, het is deel van het leven. In Brazilië is 'saudade' ook alomtegenwoordig, gezien de talloze gedichten en liedjes over dit gevoel. Wij houden van de klank en de betekenis van dit woord en hebben veel onvertaalbare uitdrukkingen zoals: `de saudades doden' (kom alsjeblieft langs om mijn saudades van jou te doden, ik mis je zo), 'saudades achterlaten' (na jouw vertrek heb je veel saudades achtergelaten) en `sterven van saudades' dat is tenslotte best mogelijk.

Je komt die 'saudade' ook tegen bij immigranten. Je kan hen in verschillende groepen indelen: allereerst mensen die hun geboorteland moesten verlaten om politieke of economische redenen, en dan een heterogene groep ontevredenen, gedesillusioneerden, onnozelen, geliefden, verloofden, dromers, gekken, avonturiers, seksuele minderheden, zigeuners en de zwervers van deze aardbol. Maar in feite zijn ze allemaal voor iets of iemand gevlucht, of zijn ze naar `iets' op zoek: dat is hun gemeenschappelijke rode draad. En bij allemaal verschijnen na enige tijd de eerste kwaaltjes, tekenen van onaangepastheid en een lichte paranoia. De inwoners van het gastland, aanvankelijk zo aardig, belangstellend en open, worden steeds meer als kleingeestig en hypocriet bestempeld, in een Europa dat hen heeft gelokt als het gezang van een sirene.

Voor velen van ons Braziliaanse immigranten in Nederland, om duistere redenen vertrokken (het leven was moeilijk, het ging economisch slecht), wordt ons geboorteland weer die prachtige, beeldschone, zonovergoten, gastvrije, mythische reuzin waarnaar wij, ondanks onze eeuwige economische en sociale problemen, altijd terug kunnen keren wanneer wij moe en neerslachtig zijn. Zij ontvangt ons altijd met open armen, groen, blauw en goudgekleurd, met al haar lekkernijen: met desserts van kokosnoot en marmelade van guave of zoetigheden met namen als `gezegende moeders', `kwijl van jonge meisjes', 'engelenkinnetjes' en `gebroken liefde'; met stoofpotten van zwarte bonen en varkensvlees of een visstoofpot; met caipirinha's en tropische fruitcocktails - allemaal gerechten die, toen wij daar nog woonden, waarschijnlijk nooit zo tot onze verbeelding hebben gesproken.

Dit hoort allemaal bij de 'brasilitis', een bijna niet te genezen ziekte die altijd op de loer ligt. Het kan je zomaar overvallen: bij een samba van Paulinho da Viola, iemand met het accent van Rio de Janeiro, een geur, een smaak, een plek die je bekend voorkomt. Onthutst vragen wij ons af hoe we weg hebben kunnen gaan, iedereen en alles achterlatend om in andermans terrein te belanden en bij wijze van spreken opnieuw te moeten beginnen met leren lezen en schrijven.

In de beginfase van de brasilitis leeft onze immigrant gefixeerd op het voedsel, de muziek en de taal van het moederland. Als wij weer even terug zijn geweest, nemen wij 20 kilo extra handbagage mee met voedsel voor de maag, het hart en de ziel. Dit wordt vaak maanden of soms zelfs jaren bewaard; het wordt zuur, het beschimmelt, het wordt vergeten in een la of in een kast. Want, wie durft die ene fles bijzondere rietsuikerdrank of dat pakje zwarte bonen open te maken?

Je denkt dan met een zekere nostalgie hoe royaal, mooi en gastvrij dat Europa van veraf leek. je kon je `onderdompelen in de beschaving' en cultuur opsnuiven, mensen hadden er respect voor elkaar, banen lagen voor het oprapen en niemand leed aan verveling - dwaasheden uit de koloniserende mythologie.

In deze fase kan je nog terug. Maar ondertussen is `de situatie in ons land nog steeds niet zo gunstig' en `de economische crisis nog steeds ernstig'. En er worden afspraken gemaakt, betrekkingen aangenomen en liefdes geboren: de verbintenissen en ketenen van het leven.

Partir c'est mourir un peu, maar blijven heeft ook consequenties. Blijven, zonder jezelf buiten de maatschappij te plaatsen, betekent een andere levenswijze. Het betekent voor een deel je culturele identiteit en je taal verliezen, vriendschappen kwijtraken, in cyclische depressies raken en lijden onder het verlies van delen van je eigen `ik'. Uiteraard is er niet alleen maar sprake van verlies. Toch, wanneer je de brasilitis te pakken hebt, is het zo goed als onmogelijk om de mogelijke verrijking te zien van deze nieuwe ervaring.
De opsomming van voor- en nadelen, winst en verlies, laat de immigrant met een tik achter, waardoor hij soms zich zelfs in zijn eigen land een vreemdeling voelt. Ja, `varen is noodzakelijk', om de dichter Fernando Pessoa te citeren. Maar zonder risico is het nooit.*

Voor het eerst gepubliceerd in het NRC Handelsblad van 12 februari 2005.

.